|
Startpagina |
Academie Renshof |
||
|
|
Artikel Palet - aanvulling Jacob Isaacksz. van Ruisdael was een Nederlandse landschapsschilder geboren in Haarlem (1628-1682) Zijn vader kunstschilder, maar zijn oom Salomon was een bekende kunstenaar in zijn tijd. Ook Jan van Goyen heeft in zijn jeugd invloed op hem gehad. Jacob reisde veel, en heeft met name in het Duitse Bad Bentheim veel schilderijen van het kasteel gemaakt. Uiteindelijk streek hij neer in Amsterdam waar hij in zijn atelier les gaf aan o.a. Meindert Hobbema. Ook kreeg hij opdrachten voor het nieuwe stadhuis in Amsterdam. Jacob is bekend van zijn landschappen, die na zijn buitenlandse ruiger werden. Hij fantaseerde er duchtig op los met watervallen, naaldbossen en heuvels onder stormachtige luchten. Ruďnes, watermolens en oude eiken hadden vaak een belangrijke rol in schilderijen. Hierdoor is hij een voorloper van de romantische landschapschilders uit de eerste helft van de 19e eeuw, zoals B.C. Koekkoek. Zijn bekenste schilderijen zijn de Molen bij Wijk bij Duurstede (1670) en De Joodse begraafplaats (1655). Bij het laatste schilderij zijn de de graftombes uit Ouderkerk aan de Amstel. Het landschap is fantasie. In De groote waereld in’t kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van ’s weerleds schilderyen, van Wilhelmus Beurs uit 1692 staat over luchten: ……is de logt in de voorvallen van onweer, dat de dag als tot de nagt kan maaken. ‘t Is een ongewoone en kragtige schuddinge van zeeker deel van de dampskloot… . Hij besteedt nog al wat hoofdstukken aan verschillende soorten luchten, uiteraard zijn daar ook veel variaties in. Over het geheel komt hij veel terug op de volgende kleuren: zwart, smalt (blauw), ultramarijn, wit, lichte oker, bruin, rood en lak (onbekende kleur). De gedachte dat zwart niet toegepast mag worden is ontstaan in de 19e eeuw, met de directe schildertechnieken waarbij zwart doods werkt als je het dekkend gebruikt. Ook werden er toen diverse synthetische blauwen ontdekt waarmee je, door het te mengen met donkerbruin, levendig zwart kon maken. De oude meesters gebruikten veel zwart, omdat ultramarijn te duur was om als menging met bruin te gebruiken. Het zwart geeft vaak erg mooie diepten in een schilderij, maar moet transparant gebruikt worden. In de laatste laag is het vaak mooi een beetje standolie aan de verf toe te voegen, er komt dan meer diepte in de verfhuid.
De uitsnede uit het artikel komt uit het winterlandschap dat in het Rijksmuseum hangt. De gevolgde techniek is vrijwel exact de techniek die Ruisdeal heeft gebruikt. De workshop Winterlandschap naar RuisdealPalet en Academie Renshof bieden een eenmalige workshop aan met het onderwerp uit dit artikel. De workshops zijn exclusief. De prijs is € 67,50, inclusief koffie, thee, lunch en materiaal. U kunt zich aanmelden bij Palet, en wordt verzocht een eenmalige machtiging voor incasso te geven. U krijgt een bevestiging en routebeschrijving toegestuurd.
De kosten bedragen € 67,50 inclusief materiaal en lunch.
De workshop duurt van 10.00 tot 16.00 uur.
Vergissing in het artikel:
Druiven volgens Wijtmans, Palet oktober 2010
Mattheus Wijtmans (1640, Gorinchem - 1689, Utrecht?) is een stillevenschilder die niet erg bekend is. Er zijn in Nederland geen schilderijen van hem te vinden in de openbare collecties. Zoals het schilderij in Palet laat zien zegt zoiets niets over de kwaliteit. In mijn ogen is dit één van de mooiste druiventrossen ooit geschilderd. Wijtmans was een leerling van Hendrik Verschuuring en van Jan van Bijlert in Utrecht. Zijn specialismen waren bloemen en fruit. In mijn bezit is een tekst van Wilhelmus Beurs, een schilder uit Dordrecht (1656-???) Dit boekje heet: De groote waereld in’t kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van ’s weerleds schilderyen,
kortelijk vervat in ses
boeken, Verklarende hooftverven, haare verscheidene
mengelingen in oly, en der zelver gebruik (Amsterdam
1692)
De landschapschilders die in de 19е eeuw naar buiten gingen kozen ook voor linnen, vanwege het geringe gewicht. Vandaar dat linnen nu de belangrijkste drager is.
Eigenschappen:
Gezamenlijk dus alle goede eigenschappen, de slechte vervallen. Vandaar mijn keuze voor marouflage
De grondlaag / grondverf Veel gebruikt wordt gesso, er zijn verschillende merken die meer of minder zuigen. Gesso is een acrylproduct, dus eigenlijk plastic. Er ontstaat een mechanische hechting. Dat wil zeggen: de olieverf dringt in de poriën en droogt dan op. Na ruim 50 jaar wordt de olieverf bros en kan dan makkelijk los komen van de grondlaag omdat hij geen verbinding met de gesso is aangegaan. Er wordt wel krijt toegevoegd voor de hechting van de olieverf, maar dat kan het bovenstaande niet geheel voorkomen. Bij een krijtgrond, zoals in het artikel, gaat de olieverf een chemische verbinding aan met het krijt, de verf hecht 100%. Ik heb een aantal testen uitgevoerd met deze grondverven, op een ouderwetse krijtgrond heeft olieverf de beste hechting. Het voordeel is ook dat de olie uit de verf goed in de grondlaag kan doordringen. Daardoor zal de schildering uiteindelijk minder vergelen. Ook is de uitstraling van het schilderij zachter dan die op gesso/acryl grond Samenvattend: Een drager, beplakt met doek,met een krijtgrond is het beste voor het langdurig behoudt van het schilderij. Vandaar het artikel in Palet, zie: www.uitgeverijarti.nl |
||
Copyright © 2009-2011 Academie-Renshof Alle rechten voorbehouden Academie Renshof Beverodelaan 209 6952 JH Dieren KvK. 091961176 E-mail webmaster