Startpagina

Schilderij van de maand

Terugblik
l
ezersaanbieding
De Gelderlander

2010/2011

Gerd Renshof
vertelt

Cursussen

Lesinhoud

Proefles &
kennismakinglessen

Het lesgeld &
betaling

Materialen

Leerlingen &
o
ud-leerlingen

Workshops

Impressie workshop

Gastdocenten

Contact, vragen &
aanmelden

Samenvatting
website

Academie Renshof
Centrum voor Realistische Schilderkunst Gelderland

 


Artikel Palet - aanvulling


Jacob Isaacksz. van Ruisdael was een Nederlandse landschapsschilder geboren in Haarlem (1628-1682)

Zijn vader kunstschilder, maar zijn oom Salomon was een bekende kunstenaar in zijn tijd. Ook Jan van Goyen heeft in zijn jeugd invloed op hem gehad.

Jacob reisde veel, en heeft met name in het Duitse  Bad Bentheim veel schilderijen van het kasteel gemaakt. Uiteindelijk streek hij neer in Amsterdam waar hij in zijn atelier les gaf aan o.a. Meindert Hobbema. Ook kreeg hij opdrachten voor het nieuwe stadhuis in Amsterdam. Jacob is bekend van zijn landschappen, die na zijn buitenlandse ruiger werden. Hij fantaseerde er duchtig op los met watervallen, naaldbossen en heuvels onder stormachtige luchten. Ruďnes, watermolens en oude eiken hadden vaak een belangrijke rol in schilderijen. Hierdoor is hij een voorloper van de romantische landschapschilders uit de eerste helft van de 19e eeuw, zoals B.C. Koekkoek.

Zijn bekenste schilderijen zijn de  Molen bij Wijk bij Duurstede (1670) en De Joodse begraafplaats (1655). Bij het laatste schilderij zijn de de graftombes uit Ouderkerk aan de Amstel. Het landschap is fantasie.

In De groote waereld in’t kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van ’s weerleds schilderyen, van Wilhelmus Beurs uit 1692 staat over luchten: ……is de logt in de voorvallen van onweer, dat de dag als tot de nagt kan maaken. ‘t Is een ongewoone en kragtige schuddinge van zeeker deel van de dampskloot… .

Hij besteedt nog al wat hoofdstukken aan verschillende soorten luchten, uiteraard zijn daar ook veel variaties in. Over het geheel komt hij veel terug op de volgende kleuren: zwart, smalt (blauw), ultramarijn, wit, lichte oker, bruin, rood en lak (onbekende kleur).

De gedachte dat zwart niet toegepast mag worden is ontstaan in de 19e eeuw, met de directe schildertechnieken waarbij zwart doods werkt als je het dekkend gebruikt. Ook werden er toen diverse synthetische blauwen ontdekt waarmee je, door het te mengen met donkerbruin, levendig zwart kon maken.

De oude meesters gebruikten veel zwart, omdat ultramarijn te duur was om als menging met bruin te gebruiken. Het zwart geeft vaak erg mooie diepten in een schilderij, maar moet transparant gebruikt worden. In de laatste laag is het vaak mooi een beetje standolie aan de verf toe te voegen, er komt dan meer diepte in de verfhuid.



naar Ruisdeal

 

 

De uitsnede uit het artikel komt uit het winterlandschap dat in het Rijksmuseum hangt. De gevolgde techniek is vrijwel exact de techniek die Ruisdeal heeft gebruikt.

De workshop Winterlandschap naar Ruisdeal

Palet en Academie Renshof bieden een eenmalige workshop aan met het onderwerp uit dit artikel. De workshops zijn exclusief. De prijs is € 67,50, inclusief koffie, thee, lunch en materiaal. U kunt zich aanmelden bij Palet, en wordt verzocht een eenmalige machtiging voor incasso te geven. U krijgt een bevestiging en routebeschrijving toegestuurd.

 

De kosten bedragen € 67,50 inclusief materiaal en lunch.

De workshop duurt van 10.00 tot 16.00 uur.
 


Vergissing in het artikel: 
nummer 13=
    
Oud Hollands geel middel of oker met zinkwit


Druiven volgens Wijtmans, Palet oktober 2010

 

Mattheus Wijtmans  (1640, Gorinchem - 1689, Utrecht?) is een stillevenschilder die niet erg bekend is. Er zijn in Nederland geen schilderijen van hem te vinden in de openbare collecties. Zoals het schilderij in Palet laat zien zegt zoiets niets over de kwaliteit. In mijn ogen is dit één van de mooiste druiventrossen ooit geschilderd. Wijtmans was een leerling van Hendrik Verschuuring en van Jan van Bijlert in Utrecht. Zijn specialismen waren bloemen en fruit.

In mijn bezit is een tekst van Wilhelmus Beurs, een schilder uit Dordrecht  (1656-???) Dit boekje heet:

De groote waereld in’t kleen geschildert, of schilderagtig tafereel van ’s weerleds schilderyen,

kortelijk vervat in ses boeken, Verklarende hooftverven, haare verscheidene mengelingen in oly, en der zelver gebruik (Amsterdam 1692)
 



 

 

In dit boekje worden alle onderwerpen behandeld, en verteld welke kleuren er gebruikt werden. Helaas niet al teveel over de opbouw. Maar met dit boekje in de hand heb ik samen met mijn goede vriend Ron Rakké door de musea gelopen, en maakten we een analyse van de tekst en van wat we zagen op de schilderijen.

 

In het boekje Van Beurs staat het volgende over druiven:

De witte druiven worden aangelegd op den dag met engelse as, schijtgeel en wit: maar in de schaduwe moeten as, schijtgeel en Swart het werk doen:maar de reflexie begeert maar een weinig as: dog wat meer schijtgeel.

 

Als men de witte druiven dus verre in diervoegen geschildert heeft; zoo moet den dauw met ultramarijn en wit, of ook wel met wat lak vermengt in witten oly, die men over de druiven schommelt, doen gebooren werden: dog om de dauw in de schaduwe te voorschijn te brengen, moet Swart lak en wit gebezigt worden.

 

Als dit alles nu dus verre vervaardigt is; zoo moet men de druiven op den dag (daar geen dauw en haar is) glanzen met wit; zagt verdreeven en laxeerenze in de reflexie, met enkel schijtgeel of geele lak na gelegenheid.

Dog de karlen der druiven, die in de rijpe doorschijnen. Hoedaanige men voornaamentlijk schildert, moet niet vergeeten zijn. Deeze doet men zien met onder de schijtgeel of lak ligten oker met wat as en wit te mengen, en tot de schaduwe Swart.

 

Engelse as =  blauw/ azuriet, verkleurd naar groen

Schijtgeel= van bes, verkleurd sterk, cremeachtig

Geele lak=  deze kleur verbleekt

Ligten oker = bleke gele oker

 

 

Het probleem is duidelijk, de pigmenten/kleuren die genoemd worden bestaan niet meer, en alle hebben kleurveranderingen ondergaan. We weten dus niet hoe Engelse as eruit heeft gezien. Natuurlijk waren er meer pigmenten/kleuren, en je kan ervan uitgaan dat Wijtmans andere heeft gebruikt. In het schilderij gebruik ik hedendaagse kleuren/pigmenten, en schilder ik de druiven wat groener, meer zoals onze druiven uit de supermarkt eruit zien. Wel schilder ik ze doorschijnend. De druiven van nu zijn mat en ondoorzichtig. De oudere druivensoorten hebben meer transparantie.

 

De gedachte dat zwart niet toegepast mag worden is ontstaan in de 19e eeuw, met de directe schildertechnieken waarbij zwart doods werkt als je het dekkend gebruikt. Ook werden er toen diverse synthetische blauwen ontdekt waarmee je, door het te mengen met donkerbruin, levendig zwart kon maken.

De oude meesters gebruikten veel zwart, omdat ultramarijn te duur was om als menging met bruin te gebruiken. Het zwart geeft vaak erg mooie diepten in een schilderij, maar moet transparant gebruikt worden. In de laatste laag is het vaak mooi een beetje standolie aan de verf toe te voegen, er komt dan meer diepte in de verfhuid

 

De Workshop:

Bij de workshops die gegeven worden laten we u kennis maken met deze techniek. We schilderen niet het voorbeeld uit het artikel. De reden hiervoor is dat het teveel druiven zijn. We maken een klein trosje met het blad. We schilderen in dezelfde opbouw, maar in verband met de droogtijd met acrylverf. De laatste laag schilderen we in olieverf.

 

 


Aanvulling op de techniek van Bouguereau, Palet augustus 2010

 

Vanaf het eind van de 18e eeuw ontstonden er veel nieuwe stromingen in de schilderkunst. De romantiek deed zijn intrede, en zette zich door tot het symbolisme. Deze realistische stromingen eindigden met grootheden als Alma-Tadema en Bouguereau.

In Frankrijk werden deze mensen voorgegaan door kunstenaars als Jacques Louis David, Géricault, Delacroix, Pierre Paul Prud'hon en Dominique Ingres. Deze laatste had een grote invloed met zijn composities en koele huidtonen.

 

De techniek van deze romantische schilderkunst was anders dan die in de gouden eeuw. Er werd veel gewerkt vanuit grijzen, waardoor er een mooi zilverachtig licht in de schilderijen kwam, en de naakten prachtige koele tonen kregen. Het is deze Franse Academische methode waartegen de impressionisten zich afzetten, maar zelf wel in geschoold waren.

 

Zoals in Palet te zien is werd er wel naar licht/donker toegewerkt vanuit de middentoon, maar de uitwerking was echt anders. Het blijkt ook een effectieve techniek, het is relatief eenvoudig methode om een prachtige vorm te schilderen.

 

 

Bij de workshops die gegeven worden laten we u kennis maken met deze academische manier van schilderen. We schilderen niet het voorbeeld uit het artikel. De reden hiervoor is dat het op één dag niet mogelijk is een naakt met handen en portret te schilderen. We schilderen de romp in dezelfde techniek, het is een geweldige kennismaking met het schilderen van het menselijk lichaam.

 

Voor het bekijken van schilderijen van Bouguereau kunt u het beste op internet terecht.

 

U kunt ook kijken bij www.caswaterman.nl

 

 


 

Extra informatie bij het artikel in Palet juni 2010

 

De drager

Het materiaal waar we opschilderen heet een drager. De drager is meestal van hout ( een paneel of van linnen.

De vroegste schilderijen werden op hout gemaakt, maar het formaat bleef noodgedwongen klein. Voor grotere schilderijen moesten er planken aan elkaar gelijmd worden en dan had je automatisch naden. Door de ontwikkeling van olieverf kwam linnen in beeld. Olieverf blijft lang flexibel, en een groot schilderij op linnen kon opgerold en vervoerd worden. Door deze ontwikkeling werden grotere formaten mogelijk.

De landschapschilders die in de 19е eeuw naar buiten gingen kozen ook voor linnen, vanwege het geringe gewicht. Vandaar dat linnen nu de belangrijkste drager is.

 

Eigenschappen:

  • Hout: stevig, kan krom trekken, zuigt onregelmatig (nerf), harde uitstraling schilderij

  • Linnen: slapper, stoot makkelijk stuk, zuigt regelmatig, zachte uitstraling schilderij

  • Doek op hout, de marouflage: stevig, zuigt regelmatig, zachte uitstraling, stevig

Gezamenlijk dus alle goede eigenschappen, de slechte vervallen.

Vandaar mijn keuze voor marouflage

 

  • MDF: niet geschikt als drager, kan tot 2% uitzetten in vochtige omstandigheden, zelfs als het aan alle zijden met verf afgedicht is

  • Masoniet: veel gebruikt, maar eigenlijk te vet, het is olie geďmpregneerd

  • Triplex: zie artikel in Palet

 

De grondlaag / grondverf

Veel gebruikt wordt gesso, er zijn verschillende merken die meer of minder zuigen.

Gesso is een acrylproduct, dus eigenlijk plastic. Er ontstaat een mechanische hechting. Dat wil zeggen: de olieverf dringt in de poriën en droogt dan op. Na ruim 50 jaar wordt de olieverf bros en kan dan makkelijk los komen van de grondlaag omdat hij geen verbinding met de gesso is aangegaan.

Er wordt wel krijt toegevoegd voor de hechting van de olieverf, maar dat kan het bovenstaande niet geheel voorkomen.

Bij een krijtgrond, zoals in het artikel, gaat de olieverf een chemische verbinding aan met het krijt, de verf hecht 100%.

Ik heb een aantal testen uitgevoerd met deze grondverven, op een ouderwetse krijtgrond heeft olieverf de beste hechting. Het voordeel is ook dat de olie uit de verf goed in de grondlaag kan doordringen. Daardoor zal de schildering uiteindelijk minder vergelen. Ook is de uitstraling van het schilderij zachter dan die op gesso/acryl grond

Samenvattend: Een drager, beplakt met doek,met een krijtgrond is het beste voor het langdurig behoudt van het schilderij.

Vandaar het artikel in Palet, zie: www.uitgeverijarti.nl


vorige pagina

Copyright © 2009-2011 Academie-Renshof Alle rechten voorbehouden Academie Renshof Beverodelaan 209 6952 JH  Dieren  KvK. 091961176           E-mail webmaster